Behandelinformatie

Beugel

Een beugel helpt om scheve tanden recht te zetten of een verkeerde stand van de kaak te verbeteren. Een recht gebit ziet er natuurlijk mooier uit, is beter te verzorgen, en je kunt er beter mee kauwen. Een beugel wordt vaak toegepast bij schoolkinderen, maar ook volwassenen kunnen door een beugel worden geholpen.
De tandarts of orthodontist begint met te onderzoeken welke verbeteringen er nodig zijn. Er worden röntgenfoto's en gebitsafdrukken gemaakt. Dan wordt besloten welke beugel het meest geschikt is. Bekende soorten zijn de 'buitenboordbeugel', de slotjesbeugel (metalen blokjes die op de tanden worden geplakt) en beugels die je zelf in en uit kunt doen.

In het begin is het vaak wennen aan de beugel, en kunnen de tanden gevoelig zijn. De beugel wordt regelmatig, bijvoorbeeld eens per maand, strakker gezet. Het is niet verstandig om kauwgom te eten als men een beugel draagt, en het is extra belangrijk om goed te poetsen.
Als de tanden eenmaal recht staan, wordt vaak nog een poosje een 'retentiebeugel' voorgeschreven. Dat is een losse beugel/plaatje of een metalen draad achter de voortanden, die zorgt dat de tanden niet weer scheef gaan groeien.


Bleken

De laatste jaren is het bleken van het gebit steeds meer gebruikelijk geworden. Dit komt aan de ene kant door een toename van de cosmetische wens van de patiënt, anderzijds door de steeds beter wordende technieken die ons ter beschikking staan.

Voor het bleken van het gebit bestaan diverse methoden, welke allemaal hun voor- en nadelen hebben. Voor vragen hierover kunt u zich het beste tot uw tandarts wenden. Hij kan u hierover alles vertellen.

Niet alle verkleuringen kunnen met bleken behandeld worden en vullingen kleuren niet mee als u gaat bleken. Daarom is het van belang dat u voor u gaat bleken eerst gedegen advies inwint bij een bevoegde en deskundige behandelaar om mislukkingen en teleurstellingen te voorkomen.

 


Facing 

Tanden die niet meer mooi zijn, kunnen worden verfraaid met een facing. De tandarts kan een facing adviseren als tanden beschadigd of verkleurd (geel) zijn en/of als er spleetjes tussen de tanden zitten. Het aardige van facings is dat je je tanden zowel een mooiere kleur als een mooiere vorm kunt geven. Er zijn twee mogelijkheden: een composiet (kunststof) facing en een porseleinen facing. Die laatste is veel sterker en kan niet zo verkleuren. Een composiet facing is een cosmetische ingreep, waarbij de tandarts zelf een kunstof laagje op de tand aanbrengt. Als dat nodig is, wordt daarvoor eerst een laagje van de tand afgeslepen.

De porseleinen facing wordt gemaakt door de tandtechnicus. Die maakt een soort kapje dat voor de tand wordt gezet. Voor een porseleinen facing moet eerst een dun laagje tandglazuur worden verwijderd.

Ten slotte is het mogelijk om composiet of porselein toe te passen om gleuven weg te werken. De tandarts 'lijmt' dan aan weerszijden van de gleuf composiet/porselein. Dankzij deze lijmtechniek (etstechniek) kan de tandarts tegenwoordig tegen relatief lage kosten vaak pijnloos en met minder schade aan de tand allerlei verfraaiingen aanbrengen.


Frameprothese en partiële prothese

Een frame- of partiële prothese is eigenlijk een klein kunstgebit. Het wordt gebruikt om een aantal tanden en/of kiezen te vervangen. Net zoals bij een kunstgebit zijn de tanden en/of kiezen vastgezet op een stukje kunsthars. Met kleine haakjes wordt het plaatje vastgemaakt aan de bestaande tanden en/of kiezen. Een kunstof plaatje heeft wel wat nadelen: het kan het tandvlees van gezonde tanden en kiezen wegdrukken en het kan ervoor zorgen dat de kaak - net zoals bij het kunstgebit - sneller gaat slinken. Daarom zal de tandarts een plaatje vaak alleen adviseren als een tijdelijke oplossing.

Als het gaat om stevigheid en minder risico's voor gezonde tanden en kiezen en de kaak, is een frame een beter alternatief. Bij een frame zitten de tanden en kiezen vast op een metalen plaatje dat eveneens met haakjes wordt vastgemaakt aan bestaande tanden en/of kiezen. Metaal is sterker dan kunsthars en daarom is het frame dunner. Dat zit gewoon prettiger én het heeft minder invloed op smaak en gevoel. Bovendien zal de kaak minder slinken dan bij een plaatje. Er is wel één nadeel: het kostenplaatje. Een frame is namelijk duurder dan een kunstof plaatje.

Uiteraard moeten plaatjes en frames net zo goed worden onderhouden als gezonde tanden en kiezen en een kunstgebit. Er mogen geen etensresten op blijven zitten en tandplak moet er tijdig vanaf geborsteld worden.


Implantaten

Kronen en bruggen worden vastgemaakt aan naburige tanden of kiezen. Bepaalde kunstgebitten hebben steun nodig in de vorm van tandwortels. Maar soms zijn er geen geschikte eigen tanden of kiezen die als steun kunnen dienen. Dan kan er een kunstmatige wortel of tand worden vastgemaakt in de kaak: een implantaat. Een implantaat is ook zeer geschikt voor enkelvoudige of meervoudige tandvervanging(en).

De ingreep wordt voorbereid met een onderzoek van het kaakbot met röntgenfoto’s of een CT-scan, het maken van gebitsmodellen en een medische anamnese.

Als de plaats voor het implantaat is bepaald, wordt via een snee in het tandvlees een gat geboord in het bot. Daar wordt het implantaat ingeschroefd. Soms is het ook nodig om (kunst)bot en/of een slijmvliestransplantaat aan te brengen. Vervolgens wordt het tandvlees gehecht.

De eerste dagen na de operatie moet u erg voorzichtig zijn met het implantaat. Raak het niet aan en eet zacht voedsel. Een implantaat heeft 3 weken tot 6 maanden nodig om stevig vast te groeien. In sommige gevallen is directe belasting van het implantaat mogelijk (bijvoorbeeld met een aangepaste prothese), maar in sommige gevallen mag het enige tijd niet belast worden. In dat geval is een noodvoorziening meestal een goede, tijdelijke oplossing. Als u een implantaat heeft gekregen is een goede mondhygiëne en regelmatige controle net zo belangrijk als bij uw eigen tanden.


Kaakchirurg 

Voor de chirurgische behandeling van wortelpunten (apexresectie), moeilijk te verwijderen verstandskiezen en wortelresten, cysten, kaakholteontstekingen en kaakbreuken  zult u doorgaans naar de kaakchirurg worden verwezen. Ook voor kaakgewrichtsoperaties en kaak-en lipbandcorrecties moet u bij de kaakchirurg zijn.

Kronen en bruggen

Wanneer tanden of kiezen verloren gaan of kiezen ernstig verzwakt zijn door grote vullingen, breuken of slijtage dan zijn kronen of bruggen een goede vervanging van het verloren gegane tandweefsel.

Bij het maken van kronen en bruggen wordt een deel van de tand afgeslepen om ruimte te maken voor de uiteindelijk kroon of brug. Bij bruggen wordt de verloren gegane tand(en) vervangen door een kunsttand van porselein, die bevestigd zit aan één of meer tanden naast de verloren gegane tand.

Bruggen en kronen worden vanwege de fraaiere esthetiek tegenwoordig vooral gemaakt van keramisch materiaal, zoals zirkonium/porselein of porselein. Maar ook goud met opgebakken porselein of volledig gouden kronen en bruggen behoren tot de mogelijkheden.

Mondhygiënist(e) 

Een mondhygiënist is een paramedicus, werkzaam binnen de tandheelkundige gezondheidszorg. De taak van de mondhygiënist ligt vooral op het preventieve vlak. De mondhygiënische zorg is dan ook gericht op het voorkomen van aandoeningen aan het gebit en de omringende weefsels.

De werkzaamheden van een mondhygiënist:
* doet een mondonderzoek, maakt zonodig röntgenfoto's en gebitsafdrukken;
* geeft uitgebreide voorlichting over het ontstaan van tandbederf, tandvleesaandoeningen en over het effect van voedingsgewoonten op uw gebit;
* vertelt hoe u zelf uw mond goed kunt verzorgen en welke middelen u hierbij kunt gebruiken;
* verricht een volledige gebitsreiniging, waarbij plaque, tandsteen en aanslag worden verwijderd;
* geeft fluoridebehandelingen ter voorkoming van tandbederf en als behandeling van gevoelige tandhalzen;
* brengt een beschermende laklaag (sealant) aan op pas doorgebroken kiezen;
* polijst vullingen.

Een bezoek aan de mondhygiënist is aan te raden wanneer:
* het tandvlees bloedt bij het tandenpoetsen;
* het tandvlees rood en gezwollen is en niet meer strak om de tanden en kiezen sluit;
* het tandvlees terugtrekt;
* u een vieze smaak in uw mond heeft of een slechte adem;
* tanden en kiezen van stand veranderen;
* er regelmatig gaatjes in uw gebit ontstaan;
* u tandsteen of aanslag op uw gebit heeft.


Röntgenfoto's

Afhankelijk van uw gebitstoestand worden er eens in de 2-5 jaar controlefoto's van uw gebit gemaakt. Hiermee is het mogelijk om vroegtijdig eventuele afwijkingen te signaleren, zoals gaatjes tussen de kiezen en onder oude vullingen, verlies van bothoogte, ontstekingen etc.

Ook bij pijnklachten kan een röntgenfoto van extra diagnostische waarde zijn. Ook bij het verwijderen van verstandskiezen zal er extra rontgenologische informatie gewenst zijn (meestal een grote kaakfoto) evenals bij het aanmeten van een beugel en het plaatsen van implantaten.

Hoewel er altijd gestreefd wordt naar een zo gering mogelijke stralingsbelasting is dit natuurlijk niet altijd te vermijden. Door de huidige materialen en toepassing van digitale röntgenologie blijft de hoeveelheid straling echter tot een minimum beperkt. Ter vergelijking: een complete rontgenstatus van uw gebit geeft ongeveer even veel straling als een 2 weekjes zon.


Tandvleesaandoeningen 

Van nature leven er in uw mond talrijke bacteriën. Ze zitten in een wit laagje op tanden en kiezen: dit heet tandplaque. Tandplaque wordt vaak niet goed genoeg weggepoetst. Door verkalking kan de tandplak dan hard worden en in tandsteen veranderen. Tandplaque leidt vaak tot een lichte vorm van
tandvleesontsteking: 'gingivitis'. Het tandvlees kan dan slapper worden, makkelijker gaan bloeden, een rode kleur krijgen en opgezwollen raken.

Als de ontsteking erger wordt, groeien de bacteriën langs de tand naar binnen. Dit heet parodontitis. De ruimte tussen tand en tandvlees, de 'pocket', wordt steeds dieper. Vaak krijgt men last van een vieze smaak of een slechte adem. Uiteindelijk kan de laag tandplaque en tandsteen zelfs het kaakbot aantasten. Dit kan tot het uitvallen van de tand of kies leiden.

Als de tandplaque niet diep zit, kunt u het zelf verwijderen met tandenborstel, flosdraad, tandenstokers en ragertjes. Tandsteen of dieper gelegen tandplak (bij parodontitis) moet door de tandarts of mondhygiënist worden verwijderd. Soms moet daarvoor het tandvlees met een kleine operatie ('flapoperatie') tijdelijk worden losgemaakt.

Na de behandeling moet het tandvlees rustig genezen, en is het zaak voortaan goed op de mondhygiëne te letten.


Trekken van tand of kies

Wie kent niet de oude plaatjes van tandartsen die met man en macht - vaak zelfs in het openbaar - tanden en kiezen trekken, omdat een persoon last heeft van kiespijn? Tegenwoordig wordt een kies of tand gelukkig alleen getrokken als deze niet op een andere manier kan worden opgeknapt of als bijvoorbeeld het gebit te vol of te scheef is. Bovendien geeft de tandarts of kaakchirurg een verdoving om de behandeling pijnloos uit te kunnen voeren. De kies of tand wordt nog wel verwijderd met een tang. De tandarts draait en wrikt daarmee, wat voor sommigen een beetje vervelend is.

Lastige kiezen, met name de verstandskiezen in de onderkaak, moeten in sommige gevallen worden verwijderd door de kaakchirurg. Vaak is dat het geval bij ruimtegebrek, een verkeerde ligging of tandbederf.
Waar u op moet letten
- Eet van tevoren genoeg.
- Vertel uw tandarts voor de zekerheid welke medicijnen u gebruikt.
- Houd na de behandeling een zakje met ijs tegen uw wang om een zwelling te voorkomen.
- De eerste dag mag u niet spoelen, roken of alcohol gebruiken. Eet pas als de verdoving is uitgewerkt.
- De verdoving houdt ongeveer één à drie uur aan. Daarna kunt u paracetamol gebruiken tegen de pijn en tegen eventuele koorts.
- De wond hoort niet al te lang na te bloeden. Als na twee uur de wond echter nog steeds bloedt, leg er dan in eerste instantie een dubbelgevouwen verbandgaasje overheen en bijt of druk hier een kwartier op. Als het bloeden dan nog niet lijkt op te houden, dient u contact op te nemen met de tandarts of kaakchirurg.
Neem contact op de tandarts of kaakchirurg als:
- de koorts te hoog oploopt;
- u last heeft van nabloedingen;
- u na enkele dagen nog pijn en/of een vieze smaak hebt.


Volledige gebitsprothese 

Als teveel tanden ontbreken of niet te herstellen zijn, wordt het tijd voor een kunstgebit. Er zijn twee veel voorkomende vormen: de immediaatprothese en de overkappingsprothese.

Voor de immediaatprothese wordt eerst een kunstgebit gemaakt, dat zoveel mogelijk op uw gebit van vroeger lijkt. Er worden afdrukken van uw gebit gemaakt en er wordt naar de kleur gekeken. Als het gebit klaar is, worden uw tanden en kiezen getrokken. Dan wordt het gebit meteen in de mond geplaatst, zodat het als een soort verband meehelpt met de wondgenezing.

Als de wortels van sommige tanden of kiezen nog goed genoeg zijn, kunnen ze als steun voor het kunstgebit dienen. Dan wordt een overkappingsprothese gemaakt. Die zit steviger, en uw mond blijft in betere conditie.
Als u net uw kunstgebit heeft gekregen, zult u de eerste dagen pijn voelen.
Toch moet u het gebit inhouden voor een goede genezing. Later kan de tandarts aanpassingen aan het gebit doen om de pasvorm te verbeteren. Kies de eerste dagen zacht voedsel, zodat u kunt wennen met eten. U zult in het begin ook moeten oefenen met spreken met een kunstgebit.

Wanneer er zo weinig kaakbot of houvast voor de gebitsprothese over is kan er een overkappingsprothese op implantaten gemaakt worden waarbij de prothese vastgeklikt wordt op knoppen of een staafconstructie.


Net als gewone tanden moet een kunstgebit goed worden schoongehouden. Gebruikt u hiervoor een protheseborstel, water en zeep/tandpasta.


Vullingen

Boren en vullen vormen samen de behandeling waarmee cariës wordt aangepakt. Zodra een tand of kies een gaatje heeft, zal het tandbederf zich steeds verder ontwikkelen. Dit kan zover gaan, dat de tandzenuw wordt aangetast en afsterft. Vaak treden daarbij kiespijn of tandpijn, zwellingen en ontstekingen op. De tandarts zal dit proces tijdig willen stoppen door het tandbederf te verwijderen en het gaatje te dichten.

De behandeling:

De tandarts maakt het gaatje iets groter met een diamanten boortje dat zich door het harde glazuur slijpt. Daardoor komt het aangetaste tandbeen goed open te liggen, waarna de tandarts dit met een scherpe boor verwijdert. Is de tand of kies schoon, dan wordt deze uitgespoeld en droog geblazen. Nu kan de vulling worden aangebracht. Terwijl dit gebeurt, zorgt de tandarts dat het vulmateriaal niet met speeksel in contact komt door de tand of kies droog te blazen en droog te leggen met wattenrollen of een rubberen lap. Speeksel heeft namelijk een nadelig effect op de kwaliteit van de vulling. De laatste handeling is het afwerken van de vulling zodat deze goed kan functioneren in het gebit.

Pijn:

Tijdens het boren wordt naast het dode, aangetaste tandbeen ook levend - en dus gevoelig - weefsel weggehaald. Het grensgebied van het tandbederf wordt verwijderd om te voorkomen dat het bederf onder de vulling doorgroeit. Daarbij worden uitlopertjes van de tandzenuw in het tandbeen doorgesneden, wat pijnlijk kan zijn.

Vullingen: een kwestie van kracht en kleur.


Om een kies of tand te vullen, kan de tandarts gebruik maken van amalgaam of van een witte vulling. Amalgaam is de bekende zilverkleurige vulling die met name wordt gebruikt voor het vullen van de kiezen. Het is namelijk een stevig, duurzaam materiaal dat zeer geschikt is voor het opvangen van sterke krachten. Voor een vulling van amalgaam moet de tandarts wel iets meer boren om ervoor te zorgen dat de vulling goed klemt in de kies of tand. Tegenwoordig worden amalgaamvullingen (bijna) niet meer gebruikt in onze praktijk.
 
Amalgaam is een mengsel dat hoofdzakelijk bestaat uit zilver, tin, zink, koper en kwikzilver. Eenmaal in de kies of tand wordt amalgaam langzaam vanzelf hard.

Als een witte vulling (composiet) wordt gebruikt om een kies te vullen, hoeft de tandarts minder gezond tandweefsel weg te boren dan bij een amalgaamvulling. Dat komt doordat een witte vulling vasthecht aan het tandweefsel en een amalgaamvulling niet. Aangezien een witte vulling vasthecht aan het tandweefsel, wordt een kies ook sterker. Hierdoor heeft de kies minder kans om af te breken onder invloed van kauwkrachten. Een ander voordeel van een witte vulling is dat deze nauwelijks opvalt. Daarom wordt deze vulmethode meestal toegepast bij de voortanden. Mensen willen immers niet alleen gezonde tanden, maar ook mooie tanden.

Composiet heeft echter ook een aantal nadelen. Wie mooi wil zijn, moet ook meer betalen: witte vullingen zijn iets duurder dan amalgaamvullingen en vergen meer tijd. Daarnaast is amalgaam sterker (slijt minder snel dan composiet), waardoor een witte vulling vaker moet worden vervangen en dus zowel op de korte als lange termijn duurder is. Bovendien hangt het ook van uzelf af hoe lang de vulling mooi blijft. Witte vullingen kunnen namelijk verkleuren door veel roken of door het veelvuldig drinken van koffie en/of thee. Composiet valt in bepaalde gevallen wel enigszins te repareren. Witte vullingen worden hard gemaakt met een speciaal blauw licht.


Wortelkanaalbehandeling

 

Tanden en kiezen hebben wortels. Sommige tanden hebben slechts één wortel, terwijl kiezen er wel vier of vijf kunnen hebben. In die wortels bevinden zich kanalen waar de zenuwen en de bloedvaten doorheen lopen: wortelkanalen. Als daarin een zenuwontsteking ontstaat, kan dat vervelende gevolgen hebben: pijn, koorts en zelfs het verlies van de kies of tand. Bovendien kan een ontstoken zenuw leiden tot een ontsteking van de wortelpunt. Om ontstekingen weg te halen en erger te voorkomen, kan de tandarts een zogenaamde wortelkanaalbehandeling uitvoeren. Ook als er geen sprake is van een ontsteking aan het wortelkanaal of de wortelpunt, kan er een wortelkanaalbehandeling worden uitgevoerd. In de wortelkanalen plaatst de tandarts dan soms stiften om een kroon of een vulling te 'verankeren'.

De behandeling:
Door vooraf een röntgenfoto te maken, brengt de tandarts de wortelkanalen van een tand of kies in kaart. Indien mogelijk en noodzakelijk geeft de tandarts een verdoving. Bij een ernstige ontsteking is verdoven niet altijd mogelijk. In dat geval wordt alleen de tand of kies opengeboord om het pus te laten ontsnappen. Mocht het weefsel al dood zijn, dan is een verdoving veelal niet noodzakelijk.
Als het bovenste tandweefsel is verwijderd, gaat de tandarts met een klein vijltje in het kanaal om zo het ontstoken of dode weefsel te verwijderen. Als de kanalen eenmaal schoon zijn, worden ze afgesloten met rubberen stiftjes en een speciale vulling of er wordt een opbouw van goud of ander materiaal gemaakt.

Websiteinstellingen
Verberg
Verberg
Verberg
Verberg
Verberg
Verberg